Contact

Nu in Nederland is eigendom van de Mondriaan onderwijsgroep.

 

Met Nu in Nederland kunt u zich uitstekend voor bereiden op het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving.

 

In 8 thema's kunt u alles leren, wat u nodig heeft voor het echte examen.

We hebben meer dan 200 proefexamenvragen voor u gemaakt.

 

Wilt U toegang krijgen tot alle informatie van deze website en met meer examenvragen oefenen?

 

Vraag dan een inlogcode aan uw docent.



 

U kunt als particulier nog geen toegangscode kopen

 

Voor meer informatie stuurt u een e mail naar a.van.biezen@mon3aan.nl



Beste collega hieronder vind je een voorlopige handleiding docenten.

 

Je kunt bij g.dogan@rocmondriaan.nl meer codes aanvragen voor je cursisten.

 

Hoe werkt deze website?

Ga naar internet --- http://nuinnederland.mon3aan.nl --- klik rechtsboven op het tabblad inloggen en voer de code in.

Je komt dan op je Eigen pagina en je kunt direct aan de slag.

 

Om persoonlijke gegevens van jou en je cursisten vast te leggen ga je naar :

Tabblad Instellingen—> klik op Gegevens wijzigen --> Vul je Naam en E-mailadres in —>klik op Wijzigen.

De gegevens van de gebruiker worden dan bewaard en zijn eventueel via mij terug te vinden.

 

De website bestaat uit 8 thema’s . Ieder thema bestaat uit een aantal subthema’s. In totaal ruim 80.

Bij ieder subthema horen eenvoudige tekstvragen.

Per thema is er ook een grote thematoets. Deze is als volgt te activeren.

 

Ga naar tabblad Instellingen--> klik op Toets vrijgeven. –-> Klik op Nee-->

Nee verandert dan in Ja.

Ga terug naar het thema waar je mee bezig was en de toets staat als nieuw Tabblad bovenaan klaar.

 

Ook kun je op dezelfde wijze het Proef eindexamen KNS activeren.

Deze 40 vragen zijn iedere keer anders!!

 


 

Al je opmerkingen van groot tot klein mag je me mailen- het wordt zelfs zeer gewaardeerd. Spelfouten, denk fouten, inhoudelijke fouten enz .

 

 

Groeten,

Ab van Biezen


Cruciale praktijksituaties en Thema’s KNS



1.Functineren op de arbeidsmarkt

2.Functioneren in de eigen omgeving

3.Functioneren in contacten met instanties en overheid

4.Functioneren als burger in Nederland



 

Overzicht thema’s + cruciale handelingen (CH)

1

Werk en inkomen:

de inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

1.1

Snel en efficiënt (nieuw) werk zoeken

1.2

Actief deel uit maken van een arbeidsorganisatie

1.3

Omgaan met (verborgen) discriminatie op de arbeidsmarkt

1.4

Voorbereidingen treffen om een eigen bedrijf te starten

2

Omgangsvormen, waarden en normen:

De inburgeraar is in staat om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen.

2.1

Duiden en hanteren van verschillende omgangsvormen in Nederland

2.2

Omgaan met ongewone of botsende gewoonten, waarden en normen

2.3

Deelnemen aan sociale netwerken

2.4

Aangaan en onderhouden van alledaagse sociale contacten

3

Wonen:

De inburgeraar is in staat passende huisvesting te vinden en nutsvoorzieningen te regelen. Hij draagt zorg voor de veiligheid in de woning en voor milieu en schone leefomgeving.

3.1

Passende huisvesting regelen

3.2

Regels van en omgaan met nutsvoorzieningen en communicatiemiddelen in de eigen woning

3.3

Verantwoord omgaan met verzekeringen

3.4

Omgaan met gebruiken m.b.t. aankleding en onderhoud van de woonomgeving

4

Gezondheid en gezondheidszorg:

De inburgeraar is in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

4.1

Verantwoorde keuzes doen t.a.v. de eigen gezondheid en levensstijl

4.2

Gebruik maken van de eerstelijns gezondheidszorg (huisarts)

4.3

Idem van de tweedelijnszorg

4.4

Idem van de apotheek

4.5

Idem van de tandarts

4.6

Handelen bij medische spoedgevallen

4.7

Gebruik maken van gespecialiseerde zorg rondom zwangerschap, bevalling en het jonge kind

4.8

Een zorgverzekering afsluiten en gebruiken

4.9

Gebruik maken van en/of regelen van zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten

5

Geschiedenis en geografie:

De inburgeraar is in staat om, door de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

5.1

Zich verdiepen in de geschiedenis van Nederland

5.2

Omgaan met voor Nederland gevoelige relaties en gebeurtenissen

5.3

Geografische kennis van Nederland gebruiken in het dagelijkse leven

5.4

Omgaan met ruime denkbeelden die in Nederland geaccepteerd zijn (sinds de 70er jaren)

6

Instanties:

De inburgeraar is op de hoogte van dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij Bureau voor Juridische hulpverlening en/of maatschappelijk werk.

6.1

Gebruik maken van de dienstverlening van de gemeente aan de burger

6.2

Omgaan met belastingaangifte, -teruggave en aanvragen van toeslagen (zorg-, kinderopvang-, woontoeslag)

6.3

Omgaan met dienstverlening en aanwijzingen van de politie

6.4

Gebruik maken van juridische hulp (sociale raadslieden) en sociale dienstverlening

7

Staatsinrichting en rechtsstaat:

De inburgeraar is in staat om, door de staatsinrichting van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

7.1

In het dagelijks handelen invulling geven aan de Nederlandse grondwet

7.2

Zich verdiepen in de verantwoordelijkheden van Nederlandse bestuurslagen

7.3

Omgaan met de scheiding tussen kerk (religie) en staat

7.4

Hanteert wet- en regelgeving

8

Onderwijs en opvoeding:

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

8.1

Gebruik maken van het Nederlandse onderwijssysteem voor zichzelf of de eigen kinderen

8.2

Verantwoordelijkheid dragen voor het gedrag van de eigen minderjarige kinderen

8.3

Gebruik maken van kinderopvang en speelzaal

8.4

Omgaan met schoolkosten en tegemoetkomingen in schoolkosten en studiefinanciering

 

CHECKLISTS

Thema 1: Werk en inkomen

1.1.

Snel en efficiënt (nieuw werk) zoeken

 

Dat kan ik nog niet

Dat wil ik leren

1.1.1 Ik weet wat het CWI voor werkzoekenden kan betekenen

 

 

 

· Ik leg bij werkeloosheid direct contact met het CWI

 

 

 

· Ik bespreek mijn kansen op werk met het CWI

 

 

 

· Ik overleg mijn wensen voor een opleiding met het CWI

 

 

 

1.1.2 UWV Ik weet wat het UWV is

 

 

 

  • Ik weet dat ik bij het UWV een uitkering kan aanvragen

 

 

 

  • Ik kan een uitkering aanvragen als werkloze.

 

 

 

  • Ik weet wat ik moet doen als ik arbeidsongeschikt ben.

 

 

 

  • Ik ken de regels voor inschrijving bij het UWV

 

 

 

1.1.3 Ik ken ook andere manieren om werk te vinden

 

 

 

  • Ik weet dat ik ook werk kan vinden via een uitzendbureau

 

 

 

  • Ik weet hoe ik me kan inschrijven bij een uitzendbureau.

 

 

 

1.1.4 Ik weet hoe je in Nederland vacatures kunt vinden

 

 

 

  • Ik kan in de krant naar vacatures zoeken

 

 

 

  • Ik kan op internet naar vacatures zoeken

 

 

 

  • Ik kan bij het CWI naar vacatures zoeken

 

 

 

1.1.5 Ik begrijp welke mogelijkheden ik heb op de arbeidsmarkt

 

 

 

  • Ik weet welke diploma’s nodig zijn voor bepaalde soorten werk

 

 

 

  • Ik weet met welke opleidingen mijn kansen op de arbeidsmarkt verbeteren

 

 

 

  • Ik weet welke factoren mijn kansen op de arbeidsmarkt beïnvloeden.

 

 

 

  • Ik weet dat goede kennis van de Nederlandse taal belangrijk is voor mijn loopbaan

 

 

 

1.1.6 ik weet hoe mijn diploma mijn opleiding en ervaring gewaardeerd wordt in Nederland

 

 

 

  • Ik kan hoe mijn diploma moet laten waarderen

 

 

 

1.1.7 Ik weet wat ik moet doen om scholing te volgen

 

 

 

  • Ik weet dat het belangrijk is om een opleiding te volgen en een diploma te halen

 

 

 

 

 

Dat kan ik nog niet

Dat wil ik leren

  • Ik kan me inschrijven bij een scholingsinstituut

 

 

 

1.1.8 Ik weet welke competenties een werkgever van een sollicitant kan vragen

 

 

 

  • Ik kan me inschrijven voor een cursus Nederlands als mijn taal niet goed genoeg is

 

 

 

  • Ik kan zo nodig een sollicitatietraining zoeken

 

 

 

  • Ik kan een goede opleiding zoeken als ik daarmee wel werk kan krijgen

 

 

 

  • Ik weet dat het belangrijk is om te blijven leren

 

 

 

1.2 Actief deel uit maken van een arbeidsorganisatie

 

 

 

1.2.1 ik weet welke eisen een werkgever stelt aan een werknemer

 

 

 

  • Ik kan samenwerken met een collega.

 

 

 

  • Ik kan zelfstandig werken.

 

 

 

  • Ik kan initiatief tonen.

 

 

 

  • Ik kan verbeteren mijn persoonlijke ontwikkeling en deskundigheid.

 

 

 

1.2.2 Ik weet welke vormen van werknemersparticipatie belangrijk zijn

 

 

 

  • Ik weet dat je lid kunt worden van een vakbond

 

 

 

  • Ik weet dat je lid kunt worden van een personeelsvereniging

 

 

 

  • Ik weet dat het belangrijk is om deel te nemen aan vakbonden en personeelsverenigingen

 

 

 

1.2.3 Ik weet dat het belangrijk is om contacten te hebben met collega’s

 

 

 

  • Ik kan met collega’s gesprekken voeren over het werk en de werkverdeling

 

 

 

  • Ik kan overleggen met mijn leidinggevende over werksituaties

 

 

 

  • Ik kan in de koffiepauze met mijn collega’s gesprekken voeren over alledaagse onderwerpen

 

 

 

1.2.4 Ik weet welke regels en plichten in een arbeidscontract staan

 

 

 

  • Ik weet dat er verschillende soorten arbeidscontracten bestaan

 

 

 

  • Ik weet dat ieder contract andere rechten en plichten met zich meebrengt

 

 

 

  • Ik weet in het algemeen ( arbo, milieu, vakantie, ziekte) welke rechten en plichten een werknemer heeft.

 

 

 

  • Ik ken de regels die bij het werk horen (arbo, milieu, vakantie, ziekte)

 

 

 

 

Dat kan ik nog niet

Dat wil ik leren

1.2.5 Ik weet welke premies en belastingen door werknemers betaald moeten worden

 

 

 

  • Ik weet dat ik van een inkomen belasting en premies moet betalen.

 

 

 

  • Ik weet dat sociale voorzieningen, zoals uitkeringen, betaald worden van werknemerspremies

 

 

 

  • Ik weet waarom inhoudingen op salaris noodzakelijk zijn

 

 

 

  • Ik weet dat ik aanvullende verzekeringen nodig kan hebben

 

 

 

  • Ik weet waar ik hulp kan vinden bij het invullen van belastingpapieren

 

 

 

1.2.6 Ik ken de rol van de vakbonden in Nederland

 

 

 

  • Ik weet wat de vakbonden doen in Nederland

 

 

 

  • Ik weet dat de vakbond in Nederland belangrijk is

 

 

 

1.2.7 Ik weet wat een CAO is

 

 

 

  • Ik weet welke afspraken in een CAO staan

 

 

 

1.3 Omgaan met (verborgen) discriminatie op de arbeidsmarkt

 

 

 

1.3.1 Ik ken de wettelijke rechten en procedures in geval van discriminatie

 

 

 

  • Ik bespreek gevallen van discriminatie met mijn werkgever

 

 

 

  • Ik weet hoe ik gebruik kan maken van mijn rechten bij discriminatie

 

 

 

1.3.2 ik weet hoe ik kansen op discriminatie kan verkleinen

 

 

 

  • Ik weet wat ik moet doen om discriminatie te voorkomen

 

 

 

  • Ik weet hoe ik mezelf kan beschermen tegen discriminatie

 

 

 

1.4

Voorbereidingen treffen om een eigen bedrijf te starten

 

 

 

1.4.1 Ik ken de rol van de Kamer van Koophandel

 

 

 

  • Ik kan me bij de Kamer van Koophandel inschrijven

 

 

 

1.4.2 ik weet welke diploma’s nodig zijn voor het starten van een eigen bedrijf in bepaalde sectoren

 

 

 

  • Ik kan me zo nodig in voor aanvullende cursussen inschrijven

 

 

 

1.4.3 Ik weet wat de eisen van financiering van een eigen bedrijf zijn

 

 

 

  • ik kan informatie leveren voor een ondernemingsplan

 

 

 

  • Ik kan de financiering regelen voor een eigen bedrijf

 

 

 


Thema 2 : Omgangvormen, waarden en normen

 

Dat kan ik nog niet

Dat wil ik nog leren

2.1 Omgaan met verschillende gewoonten en gebruiken, normen en waarden

 

 

 

2.1.1 Ik weet dat er verschillende omgangsvormen, waarden en normen kunnen zijn

 

 

 

  • Ik weet welke onuitgesproken omgangsvormen er zijn

 

 

 

  • Ik ga met respect om met overeenkomsten en verschillen

 

 

 

  • Ik weet welke waarden en normen andere mensen kunnen hebben

 

 

 

2.1.2 Ik weet dat Nederlanders zich zeer direct kunnen uiten zonder daarmee kwetsend of onbeleefd te zijn

 

 

 

  • Ik vat kritiek niet persoonlijk op

 

 

 

  • Ik reageer niet direct beledigd op uitgesproken meningen en directe vragen

 

 

 

2.1.3 Ik weet hoe sociale contacten privé en op het werk lopen

 

 

 

  • Ik weet dat ik soms een afspraak moet maken om op bezoek te gaan.

 

 

 

  • Ik weet dat op tijd komen belangrijk is.

 

 

 

  • Ik weet dat je aan de afspraak houden belangrijk is.

 

 

 

  • Ik weet dat ik een afspraak op tijd moet afzeggen.

 

 

 

2.1.4. Ik weet wat de gebruikelijke gedragsregels zijn

 

 

 

  • Ik weet dat je soms een nummertje moet trekken in de winkel, postkantoor enz.

 

 

 

  • Ik weet dat je een karretje of mandje moet pakken in de supermarkt

 

 

 

  • Ik weet dat je in de rij moet staan om te wachten

 

 

 

  • Ik weet wanneer je een kleine attentie moet meenemen als je op bezoek gaat

 

 

 

2.2 Omgaan met ongewone en botsende gewoonten, normen en waarden

 

 

 

2.2.1 Ik weet dat de verhouding tussen man en vrouw, ook thuis, gelijkwaardig is

 

 

 

  • Ik weet dat ik vrouwen als gelijkwaardig moet behandelen

 

 

 

2.2.2 Ik weet dat (ongehuwd) samenwonen, ook van mensen met gelijke sekse, geaccepteerd is in Nederland

 

 

 

  • Ik val mensen met andere samenlevingsvormen dan het huwelijk niet lastig

 

 

 

2.2.3 Ik ken de belangrijkste Nederlandse feestdagen en hun religieuze of historische inhoud/achtergrond

 

 

 

  • Ik weet wat er bij de viering van deze feesten wordt verwacht op school, in de buurt, op het werk

 

 

 

  • Ik laat anderen vrij in de viering van de belangrijkste religieuze en politieke feestdagen (Kerst, Pasen, Ramadan, Suikerfeest, Sinterklaas, Koninginnedag,
  • 4 en 5 mei enz.)

 

 

 

2.3 Deelnemen aan sociale netwerken

 

 

 

2.3.1 Ik ken het doel en maak gebruik van culturele en sportieve verenigingen

 

 

 

  • Ik weet waarom lidmaatschap van verenigingen belangrijk is

 

 

 

  • Ik weet wat er van leden van verenigingen wordt verwacht

 

 

 

2.4 Aangaan en onderhouden van alledaagse sociale contacten

 

 

 

2.4.1 Ik ken de Nederlandse gebruiken bij belangrijke familiegebeurtenissen van buren en bekenden (bruiloft, geboorte, slagen voor examen e.d.)

 

 

 

  • Ik neem contact op met buren en bekenden bij belangrijke familiegebeurtenissen (een kaartje sturen, feliciteren, condoleren, klein presentje e.d.)

 

 

 

2.4.2 Ik weet om te gaan met overlast

 

 

 

  • Ik maak overlast van anderen bespreekbaar

 

 

 

  • Ik waarschuw de buren als ik een feestje geef

 

 

 

 


Thema 3: Wonen

3.1. Passende huisvesting regelen

 

 

 

3.1.1 Ik weet waar en hoe ik informatie kan vinden voor het verkrijgen van een woning

 

 

 

  • Ik kan contact opnemen de woningbouwvereniging voor het zoeken van een huurhuis

 

 

 

  • Ik kan informatie zoeken in huizenkranten en –sites

 

 

 

  • Ik kan een woonwens formuleren die past bij mijn gezinssituatie en -inkomen

 

 

 

  • Ik kan me aan de regels van de woningbouwvereniging houden

 

 

 

  • Ik ken de regels voor de aanvraag van huurtoeslag

 

 

 

3.1.2 Ik ken de regels voor het kopen of verkopen van een woning

 

 

 

  • Ik kan gebruik maken van de diensten van een makelaar

 

 

 

  • Ik kan informatie zoeken bij een bank of hypotheekbemiddelaar

 

 

 

  • Ik ken mijn financiële mogelijkheden

 

 

 

  • Ik weet wat de mogelijkheden voor renteaftrek zijn

 

 

 

  • Ik weet dat ik de hypotheek en verkoopakte moet laten tekenen bij een notaris

 

 

 

3.2 Regelen van en omgaan met nutsvoorzieningen en communicatiemiddelen in de eigen woning

 

 

 

3.2.1 Ik weet hoe je een aanvraag moet regelen

 

 

 

  • Ik kan mijn energievoorziening regelen

 

 

 

  • Ik kan mijn telefoon- en/of kabelaansluiting regelen

 

 

 

3.2.2 Ik weet hoe een energiejaarrekening is opgebouwd

 

 

 

  • Ik begrijp de belangrijkste punten uit de energiejaarrekening

 

 

 

3.2.3 Ik weet hoe ik veilig en zuinig met gas, elektra en water moet omgaan

 

 

 

  • Ik kan de veiligheidsvoorschriften voor gebruik van gas, elektra en water opvolgen

 

 

 

  • Ik kan zuinig omgaan met gas, elektra en water

 

 

 

3.2.4 Ik weet wie ik moet bellen bij een storing

 

 

 

  • Ik kan storingen herkennen en kan passend handelen

 

 

 

3.3 Verantwoord omgaan met verzekeringen

 

 

 

3.3.1 Ik weet welke verzekeringen voor een huurder of huiseigenaar belangrijk zijn

 

 

 

  • Ik weet wat een aansprakelijkheidsverzekering is

 

 

 

  • Ik weet wat een inboedelverzekering is

 

 

 

  • Ik weet wat een opstalverzekering is

 

 

 

3.3.2 Ik weet hoe ik schade moet melden

 

 

 

  • Ik kan de schade melden en de schade correct omschrijven

 

 

 

3.4 Omgaan met gebruiken over de aankleding en onderhoud van de woonomgeving

 

 

 

3.4.1 Ik ken de regels m.b.t. afvalinzameling en afvalscheiding

 

 

 

  • Ik ken de regels voor afvalinzameling en afvalscheiding

 

 

 

3.4.2 Ik weet dat Nederlanders een schone omgeving en milieu belangrijk vinden

 

 

 

  • Ik kan mijn tuin en omgeving schoonhouden

 

 

 

  • Ik kan mij aan de milieuregels houden

 

 

 

3.4.3 Ik weet dat in Nederland het uiterlijk van huis en tuin belangrijk is

 

 

 

  • Ik kan zorgen dat mijn huis er netjes uitziet

 

 

 

  • Ik kan afval op de daarvoor bestemde plaatsen weggooien

 

 

 


Thema 4 : Gezondheid en gezondheidszorg

4.1 Verantwoorde keuze doen voor de eigen gezondheid en levensstijl

 

 

 

4.1.1 Ik weet dat bewegen en gezonde voeding belangrijk zijn voor de gezondheid

 

 

 

  • Ik sport, beweeg en eet gezond om gezond te blijven

 

 

 

4.2 Gebruik maken van eerstelijnsgezondheidszorg

 

 

 

4.2.1 Ik weet hoe ik een huisarts kan vinden

 

 

 

  • Ik kan met mijn verzekering overleggen over de keuze van een huisarts

 

 

 

  • Ik kan mij aanmelden bij een huisarts

 

 

 

  • Ik kan een afspraak maken voor een kennismakingsgesprek

 

 

 

4.2.2 Ik weet met welke klachten ik naar een huisarts moet

 

 

 

  • Ik weet met welke klachten ik naar de huisarts moet

 

 

 

4.2.3 Ik weet hoe de huisarts adviseert

 

 

 

  • Ik zorg ervoor dat ik snel beter word

 

 

 

  • Ik weet dat artsen niet snel medicijnen voorschrijven

 

 

 

4.3 Gebruik maken van tweedelijnsgezondheidszorg

 

 

 

4.3.1 Ik weet dat de huisarts doorverwijst naar een specialist

 

 

 

  • Ik ga bij medische prorblemen eerst naar de huisarts

 

 

 

  • Ik neem bij bezoek aan de specialist een verwijsbrief mee

 

 

 

  • Ik ken de regels en gebruiken in ziekenhuizen

 

 

 

  • Ik laat bij eerste bezoek aan ziekenhuis eerst een registratiekaartje maken

 

 

 

4.3.2 Ik weet wanneer patiënten recht hebben op diensten van de thuiszorg

 

 

 

  • Ik kan voorbeelden geven van soorten thuiszorg

 

 

 

  • Ik kan een afspraak aanvragen voor hulp bij Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

 

 

 

4.3.3 Ik weet dat de huisarts kan doorverwijzen naar psychosociale zorg- of hulpverlening

 

 

 

  • Ik ga met psychische problemen eerst naar de huisarts

 

 

 

4.4 Gebruik maken van de apotheek

 

 

 

4.4.1 Ik weet dat de meeste medicijnen alleen op recept te verkrijgen zijn

 

 

 

  • Ik kan voor een recept zorgen via huisarts of specialist

 

 

 

  • Ik kan medicijnen halen die zonder recept verkrijgbaar zijn bij drogist of apotheek

 

 

 

  • Ik ken de regels voor het aanvragen van vergoeding voor medicijnen

 

 

 

4.5 Gebruik maken van de tandarts

 

 

 

4.5.1 Ik weet dat een regelmatig bezoek aan een tandarts belangrijk is

 

 

 

  • Ik kan een tandarts kiezen

 

 

 

  • Ik bezoek regelmatig een tandarts voor controle of behandeling

 

 

 

4.6 Handelen bij medische spoedgevallen

 

 

 

4.6.1 Ik weet dat bij noodgevallen het nummer 112 gedraaid moet worden

 

 

 

  • Ik kan bij spoedgevallen het noodnummer draaien

 

 

 

4.6.2 Ik weet hoe avond- en weekenddiensten zijn geregeld

 

 

 

  • Ik weet dat ik met dringende medische problemen ’s avonds en in het weekend naar de dienstdoende huisartsenpost moet gaan

 

 

 

4.7 Gebruik maken van gespecialiseerde zorg rondom zwangerschap, bevalling en het jonge kind

 

 

 

4.7.1 Ik weet waar ik moet zijn voor zwangerschapsbegeleiding en verloskundige hulp

 

 

 

  • Ik kan contact opnemen met een verloskundige

 

 

 

  • Ik kan me bij medische noodzaak laten doorverwijzen naar gynaecoloog

 

 

 

  • Ik kan me tijdig bij een bureau voor kraamhulp melden

 

 

 

4.7.2 Ik weet wat het consultatiebureau doet

 

 

 

  • Ik kan op een oproep voor een bezoek aan consultatiebureau reageren

 

 

 

  • Ik ken voorbeelden van diensten van het consultatiebureau

 

 

 

  • Ik kan de ontwikkelingen van mijn kind bespreken

 

 

 

  • Ik kan informatie over de ontwikkeling van het kind uit het “Groeiboekje” halen

 

 

 

4.8 Een zorgverzekering afsluiten en gebruiken

 

 

 

4.8.1 Ik weet dat een zorgverzekering verplicht is en is opgebouwd uit een basispakket, waarbij aanvullend bijverzekerd kan worden

 

 

 

  • Ik kan een zorgverzekeraar kiezen

 

 

 

  • Ik kan onderdelen uit het basispakket noemen

 

 

 

  • Ik kan onderdelen noemen waarvoor je een aanvullende verzekering moet afsluiten

 

 

 

4.8.2 Ik weet hoe ik zorgkosten moet declareren

 

 

 

  • Ik kan op de voorgeschreven wijze onkosten declareren

 

 

 

4.9 Gebruik maken van en/of regelen van zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten

 

 

 

4.9.1 Ik ken de belangrijkste soorten hulpverlening

 

 

 

  • Ik weet wat thuiszorg is

 

 

 

  • Ik weet wat ambulante hulp is

 

 

 

  • Ik weet wat intramurale zorg is

 

 

 

  • Ik kan contact opnemen met het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

 

 

 

4.9.2 Ik weet wat ik moet doen als de hulp thuis niet voldoende is

 

 

 

  • Ik weet wanneer ik gebruik kan maken van diensten van thuiszorg

 

 

 

  • Ik weet wanneer ik gebruik kan maken van diensten van gespecialiseerde instellingen

 

 

 

  • Ik kan contact opnemen met de juiste instelling

 

 

 

4.9.3 Ik weet waar ik advies kan krijgen om procedures voor opname in gang te zetten

 

 

 

  • Ik kan contact opnemen met de juiste instantie

 

 

 


Thema 5: Geschiedenis en geografie

5.1 Geschiedenis van Nederland

 

nog niet

wil ik leren

5.1.1 Ik ken de geschiedenis van Nederland

 

 

 

  • ik weet wat de Gouden Eeuw voor Nederland betekent

 

 

 

  • ik weet wat kolonialisme betekent

 

 

 

  • ik weet wat de scheepvaart voor Nederland betekent

 

 

 

  • ik weet wat waterwerken zijn

 

 

 

  • Ik ken de belangrijkste perioden uit de Nederlandse geschiedenis

 

 

 

  • Ik weet wat de kenmerken zijn van die perioden

 

 

 

5.1.2 Ik weet wat die periodes uit de geschiedenis hebben opgeleverd

 

 

 

  • Ik weet wat de gevolgen zijn van de geschiedenis in het Nederland van nu.

 

 

 

5.2 Omgaan met voor Nederland gevoelige relaties en gebeurtenissen

 

 

 

5.2.1 ik ken de geschiedenis van Nederland in WOII en de gevolgen hiervan op het dagelijks leven

 

 

 

  • Ik heb respect voor Nederlandse gevoeligheid voor uitingen van antisemitisme

 

 

 

  • Ik toon respect voor het vieren van 4 en 5 mei en de gewoontes

 

 

 

5.2.2 Ik ken de rol van mijn eigen land in de geschiedenis van Nederland

 

 

 

  • Ik weet welke historische banden mijn land heeft met Nederland

 

 

 

  • Ik ken de economische relaties van mijn land met Nederland

 

 

 

  • Ik ken de culturele banden van mijn land met Nederland

 

 

 

5.2.3 Ik ken de rol van Verenigde Staten, Canada en VK bij de bevrijding van West-Europa in WOII

 

 

 

  • Ik heb respect voor de relatie die bestaat tussen Nederland en de Verenigde Staten

 

 

 

  • Ik weet welke samenwerkingsverbanden zijn zoals NAVO en EU

 

 

 

5.3 Geografie van Nederland

 

 

 

5.3.1 Ik ken de namen van de provincies en ik weet waar de belangrijkste plaatsen liggen

 

 

 

  • Ik weet waar de provincies en de belangrijkste plaatsen liggen

 

 

 

5.3.2. Ik ken de globale afstanden tussen verschillende bekende plaatsen en provincies

 

 

 

  • Ik kan uitrekenen hoe lang een reis duurt tussen plaatsen in Nederland voor bijvoorbeeld werk, school of familiebezoek

 

 

 

5.3.3 ik ken de economische kenmerken van verschillende regio’s

 

 

 

  • Ik weet dat de randstad economisch van groot belang is

 

 

 

  • Ik weet dat elke regio zijn eigen economische kenmerken heeft

 

 

 

  • Ik weet dat ik de keuze voor een woonplaats met de mogelijkheden voor werk in een bepaalde sector moet combineren

 

 

 

  • Ik weet dat ik soms moet verhuizen voor mijn werk

 

 

 

5.4 Omgaan met ruime denkbeelden die in Nederland geaccepteerd zijn sinds de 70 er jaren

 

 

 

5.4.1 Ik weet dat man en vrouw voor de wet gelijk zijn

 

 

 

  • Ik behandel vrouwen en mannen gelijkwaardig

 

 

 

5.4.2 Ik weet dat verwacht wordt dat meisjes en vrouwen een zelfstandig bestaan opbouwen

 

 

 

  • Ik weet dat vrouwen zelf mogen beslissen over hun eigen leven.

 

 

 

  • Ik weet dat ik vrouwen vrij moet laten om te investeren in eigen studie of arbeidsloopbaan

 

 

 

  • Ik zit de studie of arbeidsloopbaan van mijn kinderen of partner niet in de weg

 

 

 

5.4.3 Ik weet dat openlijke homoseksualiteit niet verboden is

 

 

 

  • Ik weet dat ik niemand lastig mag vallen die openlijk homoseksueel gedrag toont

 

 

 

5.4.4 Ik weet dat bepaald kledinggedrag van sommige mannen /vrouwen niet mag worden opgevat als ongepast of uitnodigend

 

 

 

  • Ik weet dat ik niemand lastig mag vallen die volgens mijn opvattingen ongepast gekleed is.

 

 

 

 


Thema 6: Instanties

6.1. gebruik maken van dienstverlening van de gemeente

 

 

 

6.1.1 Ik weet hoe een inschrijving of een wijziging bij een gemeente gaat. (GBA)

 

 

 

  • Ik kan wijzigingen (geboorte, huwelijk, echtscheiding, verhuizing) doorgeven

 

 

 

6.1.2 Ik ken de procedures voor het aanvragen van een rijbewijs of paspoort

 

 

 

 

  • Ik weet bij welke afdeling van de gemeente, ik moet zijn voor het aanvragen of verlengen van paspoort of rijbewijs

 

 

 

 

6.1.3 Ik ken de regels voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning en naturalisatie

 

 

 

 

  • Ik kan de juiste informatie vinden

 

 

 

 

  • Ik kan de juiste procedures volgen

 

 

 

 

  • Ik ken de voor en nadelen van naturalisatie

 

 

 

 

6.1.4 ik weet welke gemeentelijke belasting ik moet betalen

 

 

 

 

  • Ik kan de gemeentelijke belastingen betalen

 

 

 

 

6.1.5 ik weet welke gemeentelijke vergunningen er zijn en hoe ik ze moet aanvragen

 

 

 

 

  • Ik ken de regels voor het aanvragen of verkrijgen van een vergunning

 

 

 

 

6.2 Omgaan met belastingaangifte/teruggaaf en toeslagen

 

 

 

 

6.2.1 Ik weet dat iedereen een Burgerservicenummer heeft

 

 

 

 

  • Ik weet hoe je het Burgerservicenummer kan gebruiken

 

 

 

 

6.2.2 ik weet dat ik een loonspecificatie per maand en per jaar krijg

 

 

 

 

  • Ik begrijp mijn salarisstrookje en jaaropgaaf

 

 

 

 

  • Ik weet dat ik de jaaropgaaf meerdere jaren moet bewaren

 

 

 

 

6.2.3 Ik weet dat ik soms belasting moet betalen en soms belasting kan terugkrijgen

 

 

 

 

  • Ik weet dat ik aangifte moet doen

 

 

 

 

  • Ik weet waarom ik belasting moet betalen

 

 

 

 

  • Ik weet hoe ik vermindering, kwijtschelding e.d kan aanvragen

 

 

 

 

6.2.4 ik weet dat de belastingdienst ook vergoedingen geeft voor ziektekosten, woonkosten en kinderopvang

 

 

 

 

  • Ik weet hoe en waar ik toeslagen kan aanvragen

 

 

 

 

6.3 Omgaan met dienstverlening en aanwijzingen van de politie

 

 

 

 

6.3.1 ik weet dat voor iedereen in Nederland van 14 jaar en ouder een identificatieplicht geldt

 

 

 

 

  • Ik weet dat ik een identiteitskaart moet tonen als daar om gevraagd wordt

 

 

 

 








6.3.2 Ik weet welke taken de politie heeft

 

 

 

  • Ik kan aangifte doen van diefstal of vermissing.

 

 

 

  • Ik roep de hulp in van politie bij overlast, ongevallen en geweld

 

 

 

  • Ik houd me aan de aanwijzingen van de politie

 

 

 

6.4 Gebruik maken van juridische hulp en sociale dienstverlening

 

 

 

6.4.1 ik weet hoe ik kan protesteren tegen slechte behandeling door de overheid

 

 

 

  • ik kan een klacht indienen met hulp

 

 

 

  • ik weet wat de gevolgen zijn van het indienen van een klacht

 

 

 

6.4.2 Ik weet dat alle vormen van discriminatie in Nederland verboden zijn.

 

 

 

  • ik kan een klacht indienen over discriminatie

 

 

 

  • ik weet wat de gevolgen zijn van een klacht indienen

 

 

 

  • ik zorg ervoor dat ik niemand discrimineer

 

 

 

6.4.3 Ik weet dat ik juridische hulp kan zoeken

 

 

 

  • ik zoek hulp volgens de regels bij advocaten of een Juridisch loket

 

 

 

  • ik weet dat ik een eigen bijdrage moet betalen

 

 

 

6.4.4 Ik weet wanneer ik hulp kan vragen bij Maatschappelijk werk/Jeugdzorg

 

 

 

  • Ik weet wat Maatschappelijk werk doet.

 

 

 

  • ik kan voorbeelden geven van hulpvragen

 

 

 

  • Ik weet dat ik dit eerst moet vragen aan de huisarts

 

 

 


Thema 7: Staatsinrichting en rechtsstaat

7.1 Ik handel dagelijks volgens de Nederlandse grondwet

 

 

 

7.1.1. Ik weet wat vrijheid van meningsuiting betekent

 

 

 

  • Ik respecteer mensen met een andere mening dan mijn eigen mening

 

 

 

  • Ik geef mijn eigen mening, maar ken de grenzen

 

 

 

  • Ik geef op een rustige wijze aan als mensen te ver gaan in hun eigen mening

 

 

 

7.1.2 ik weet wat vrijheid van godsdienst inhoudt.

 

 

 

Ik weet wat gelijke behandeling inhoudt.

 

 

 

  • Ik toon respect voor mensen met andere godsdiensten

 

 

 

  • Ik weet dat ik anderen niet lastig mag vallen als zij zich anders gedragen

 

 

 

  • Ik weet dat ik iedereen gelijk moet behandelen ongeacht godsdienst, politieke gezindheid of ras of geslacht

 

 

 

  • Ik kan discriminatie melden bij het meldpunt

 

 

 

7.1.3 Ik weet wat kiesrecht/democratie inhoudt.

Ik weet wat het belang van stemmen is.

 

 

 

  • Ik weet wat stemrecht betekent.

 

 

 

  • Ik weet wanneer en welke verkiezingen worden gehouden.(Tweede Kamer, Europa, waterschap, referenda)

 

 

 

  • Ik ken de belangrijkste politieke partijen

 

 

 

  • Ik weet wanneer een buitenlander aan de gemeenteraadsverkiezingen mag meedoen.

 

 

 

  • Ik weet hoe ik moet stemmen.

 

 

 

  • Ik weet waar ik informatie over politieke partijen kan vinden.

 

 

 

  • Ik kan een eigen standpunt innemen over

 

 

 

7.1.4 Ik weet wat het Koningshuis doet

 

 

 

  • Ik weet wat de Koningin doet

 

 

 

7.2 Zich verdiepen in de verantwoordelijkheden van de Nederlandse bestuurslagen

 

 

 

7.2.1 Ik weet dat de rijksoverheid wetten maakt en controleert

 

 

 

  • Ik weet wat de taken van de overheid zijn

 

 

 

7.2.2 Ik weet dat de provincie taken heeft op het gebied van planologie en milieu

 

 

 

  • Ik weet wat de taken zijn van de provinciale overheid

 

 

7.2.3 Ik weet dat het Nederlandse bestuur zich deels richt op het Europese bestuur

 

 

 

  • Ik weet welke taken en verantwoordelijkheden het Europees bestuur heeft.

 

 

 

7.2.4 Ik ken belangrijke zaken van de Nederlandse staatsinrichting

 

 

 

  • Ik weet wat de Eerste Kamer is

 

 

 

  • Ik weet wat de Tweede Kamer is

 

 

 

  • Ik weet wat Prinsjesdag is

 

 

 

  • Ik weet dat er veel partijen zijn

 

 

 

  • Ik weet uit welke elementen de regering bestaat

 

 

 

  • Ik weet dat Nederland een democratie is.

 

 

 

  • Ik weet wat het parlement doet.

 

 

 

7.2.5 Ik weet dat de macht in Nederland verdeeld is over 3 onderdelen

 

 

 

  • Ik weet dat er een regelgevende macht is

 

 

 

  • Ik weet dat er een uitvoerende macht is

 

 

 

  • Ik weet dat er een rechterlijke macht is

 

 

 

  • Ik weet waarom dat zo is

 

 

 

7.3 Scheiding tussen kerk en staat

 

 

 

7.3.1 Ik weet dat er een scheiding is tussen kerk en staat

 

 

 

  • Ik weet dat het belangrijk is de wet en regelgeving van de staat belangrijker zijn dan die van godsdienst

 

 

 

7.3.2 Ik weet dat de rechterlijke macht onafhankelijk is

 

 

 

  • Ik accepteer de uitspraak van de rechters.

 

 

 

7.4 hanteren van wetten en regels van Nederland

 

 

 

7.4.1 ik ken de wetten en regels voor abortus, euthanasie, homoseksualiteit, seksualiteit

 

 

 

  • ik reageer op neutrale wijze op mensen die andere ideeën hebben over abortus, euthanasie of homosexualiteit.

 

 

 

  • ik respecteer mensen met een afwijkende mening

 

 

7.4.2 ik weet dat elke vorm van geweld strafbaar is

 

 

 

  • Ik kan geweld bij de politie of een speciaal meldpunt melden

 

 

 

  • Ik respecteer de lichamelijke integriteit van anderen

 

 

 


Thema 8: Onderwijs en opvoeding

8.1 Gebruik maken van het Nederlandse onderwijssysteem voor zichzelf of de eigen kinderen

 

 

 

8.1.1 Ik ken de opbouw van het onderwijs

 

 

 

  • Ik ken de opeenvolgende schoolsoorten

 

 

 

  • Ik weet wat de toelatingsvoorwaarden zijn

 

 

 

8.1.2 Ik weet dat er in Nederland vrijheid van onderwijs is

 

 

 

  • Ik weet dat er verzuiling is in het onderwijs

 

 

 

8.1.3 Ik weet dat er een leerplicht is voor kinderen van 5 tot 18 jaar

 

 

 

  • Ik zorg dat mijn kinderen naar school gaan

 

 

 

  • Ik houd me aan de door de school vastgestelde vakantietijden

 

 

 

8.1.4 Ik weet dat er onderwijsvoorzieningen zijn voor leerlingen met een handicap

 

 

 

  • Ik kan gebruik maken van mogelijkheden voor speciaal onderwijs voor kinderen met lichamelijke, en/of geestelijke handicap

 

 

 

  • idem, voor kinderen met leer- en/of gedragsproblemen

 

 

 

  • Ik werk mee aan de verwijsprocedure.

 

 

 

  • Ik weet dat ik me aan de voorgeschreven stappen moet houden

 

 

 

8.2 Verantwoordelijkheid dragen voor het gedrag van de eigen minderjarige kinderen

 

 

 

8.2.1 Ik weet dat de ouders juridisch aansprakelijk zijn voor (wan) gedrag van hun kinderen tot 15 jaar

 

 

 

  • Ik weet dat ik moet toezien op het gedrag van mijn kinderen

 

 

 

8.2.2 Ik weet dat scholen betrokkenheid van de ouders verwachten

 

 

 

  • Ik kan de vorderingen van mijn kind met de leerkracht bespreken

 

 

 

  • Ik weet dat ouderbetrokkenheid belangrijk is

 

 

 

8.2.3 Ik weet dat er mogelijkheden zijn voor opvoedingsondersteuning

 

 

 

  • Ik weet wanneer ik hulp nodig heb

 

 

 

  • Ik weet waar ik hulp kan krijgen

 

 

 

8.3 Gebruik maken van kinderopvang en speelzaal

 

 

 

8.3.1 Ik weet waar speelzalen en kinderopvangorganisaties te vinden zijn

 

 

 

  • Ik kan informatie vragen bij opvangorganisaties

 

 

 

8.3.2 Ik weet hoe ik een kind moet opgeven

 

 

 

  • Ik kan een kind inschrijven bij opvang of speelzaal

 

 

 

8.3.3 Ik weet hoe ik gebruik moet maken van vergoedingsregelingen

 

 

 

  • Ik kan een vergoeding aanvragen

 

 

 

8.4 Omgaan met schoolkosten en tegemoetkomingen in schoolkosten en studiefinanciering

 

 

 

8.4.1 Ik weet dat er verschillende soorten schoolkosten zijn

 

 

 

  • Ik weet wat schoolgeld is

 

 

 

  • Ik weet wat de ouderbijdrage is

 

 

 

  • Ik weet wat “kosten voor leermiddelen” zijn

 

 

 

8.4.2 Ik weet wanneer ik een aanvraag voor tegemoetkoming in kosten bij de school doe

 

 

 

  • Ik weet hoe ik een tegemoetkoming in de kosten moet aanvragen

 

 

 

8.4.3 In weet in welke gevallen ik een aanvraag bij de IBG doe

 

 

 

  • Ik weet hoe ik studiefinanciering bij de IBG moet aanvragen

 

 

 


Nieuwe paragraaf
Videoclips (1)» Terug
» Terug-
Geen video geselecteerd
Nieuwe video
CH (0)» Terug
Geen CH
Nieuwe CH-item
» Extra Informatie